Theosofie - Noordwest

 

Theosofie, de oude wijsheid-religie

                                                                                                   

Mededogen is geen eigenschap, Het is de WET der WETTEN, eeuwige harmonie, ālaya’s ZELF,

 een oeverloze universele essentie. H.P.Blavatsky in Stem van de Stilte blz. 67

 

Basisgedachten van de Wijsheidtraditie .

(a) De fundamentele eenheid van alle bestaan. Deze eenheid is iets totaal anders dan wat men gewoonlijk onder eenheid verstaat – zoals wanneer we zeggen dat een volk of een leger een eenheid is; of dat de ene planeet door magnetische krachtlijnen, of iets dergelijks, is verenigd met een andere. Dat is niet de leer. Die luidt dat het bestaan één wezen is, niet een verzameling wezens die met elkaar zijn verbonden. In de kern is er één zijn. Dit zijn heeft twee aspecten, een positief en een negatief. Het positieve is geest, of bewustzijn. Het negatieve is substantie, het onderwerp van bewustzijn.  

 

Dit zijn is het absolute in zijn primaire manifestatie. Omdat het absoluut is, is er niets dat erbuiten valt. Het is al-zijn. Het is ondeelbaar, anders zou het niet absoluut zijn.  Als een deel ervan zou kunnen worden afgesplitst, zou wat overblijft niet absoluut kunnen zijn, omdat zich onmiddellijk de moeilijkheid zou voordoen dat dit deel en het ervan afgescheiden deel worden vergeleken. Vergelijking is onverenigbaar met elk idee van absoluutheid. Daarom is het duidelijk dat dit fundamentele ene bestaan, of absolute zijn de werkelijkheid moet zijn in iedere vorm die er is

 

(b) Het tweede idee waaraan men moet vasthouden is dat er geen dode stof bestaat. Zelfs het kleinste atoom leeft. Het kan niet anders omdat ieder atoom in wezen zelf absoluut Zijn is.  Daarom bestaat er niet zoiets als ‘ruimten’ van ether, of ākasa, of hoe u het ook wilt noemen, waarin engelen en elementalen rondspartelen als forellen in het water. Dat is de algemene gedachte. De ware gedachte is dat ieder atoom substantie, op welk gebied ook, op zichzelf een leven is.

 

c) De derde basisgedachte waaraan men moet vasthouden is dat de mens de microkosmos is. Als hij dat is, dan bestaan alle hiërarchieën van de hemelen in hem. Maar in werkelijkheid is er geen macrokosmos en geen  microkosmos, maar één bestaan. Ze zijn alleen groot en klein als ze door een beperkt bewustzijn worden beschouwd.

 

 (d) De vierde en laatste basisgedachte waaraan men moet vasthouden is wat wordt uitgedrukt in het grote hermetische axioma. Het vat in feite alle andere samen en is de synthese ervan. Zoals het innerlijke is, zo is het uiterlijke; zoals het grote is, zo is het kleine; zo boven, zo beneden; er is maar één leven en wet; en hij die dit gaande houdt is één. Niets is innerlijk, niets is uiterlijk; niets is groot, niets is klein; niets is hoog, niets is laag, in de goddelijke ordening.

 

Welk onderwerp men ook bestudeert in de Geheime Leer, men moet het in verband brengen met deze basisgedachten.

 

Een introductie tot de Geheime Leer, blz. 11-13  © 2018 Theosophical University Press Agency. Den Haag.

 

             Terug menu.  

                                                                                                           * * * * * * *

Universele broederschap is de kern van de Theosofische lering.  I  Dhanus 4243