Theosofie - Noordwest

 

Theosofie, de oude wijsheid-religie

                                                                                                                  

Mededogen is geen eigenschap, Het is de WET der WETTEN, eeuwige harmonie, ālaya’s ZELF,

 een oeverloze universele essentie. H.P.Blavatsky in Stem van de Stilte blz. 67

 

          Ronden en Rassen

 

Planeetketen
Elk kosmisch lichaam of elke kosmische bol, of het een zon of planeet, nevelvlek of komeet, atoom of elektron betreft, is een samengesteld wezen, gevormd of bestaande uit innerlijke en onzichtbare energieën en substanties en een (voor ons) uiterlijk en vaak zichtbaar fysiek voertuig of lichaam. Deze elementen, samen zeven (of twaalf) in getal, worden in de theosofie de zeven beginselen of elementen van iedere opzichzelfstaande entiteit – d.w.z. van ieder individueel levenscentrum – genoemd.

Elk van de fysieke bollen die we verspreid over de gebieden van de ruimte waarnemen, wordt vergezeld door zes onzichtbare en hogere bollen, die samen een keten vormen, zoals deze in de theosofie wordt genoemd. Dat geldt voor elke zon of ster, voor elke planeet en voor elke maan van elke planeet. Het geldt eveneens voor de nevelvlekken en de kometen, zoals hierboven is gezegd: alle zijn zevenvoudige entiteiten, alle hebben een zevenvoudige samenstelling, evenals de mens, die een kopie in het klein is van wat het heelal in het groot is, omdat er voor ons in dat heelal slechts één leven, één natuurlijk stelsel van ‘wetten’ bestaat. Iedere entiteit in het heelal is daarvan een onlosmakelijk deel; wat daarom in het geheel aanwezig is, is er ook in elk deel, want het deel kan niet iets bevatten dat het geheel niet heeft – het deel kan niet groter zijn dan het geheel.

 

Onze eigen aardketen bestaat uit zeven (of twaalf) bollen, waarvan er slechts één, onze aarde, voor ons fysieke zintuig zichtbaar is op ons aardse gebied, want dit zintuig is opgebouwd, of beter gezegd ontwikkeld, om dit aardse gebied te leren kennen, en geen ander. Maar de bewoners van alle zeven (of twaalf) bollen van deze aardketen gaan achtereenvolgens, de één na de ander, van bol naar bol, en doen op die manier op alle verschillende gebieden en sferen waaruit deze keten bestaat, ervaring op op het gebied van energie, stof en bewustzijn.

 

De andere zes (of elf) bollen van onze aardketen zijn voor ons fysieke zintuig natuurlijk onzichtbaar. We beperken ons in onze uiteenzetting alleen tot de zeven gemanifesteerde bollen van de volledige keten van twaalf bollen; de zes hogere en van de aarde verschillende bollen bestaan twee aan twee op drie gebieden van het zonnestelsel die hoger zijn dan het fysieke gebied waarop onze aardbol, onze aarde, zich bevindt. Deze drie hogere gebieden of werelden zijn elk hoger dan de wereld of het gebied dat daar onmiddellijk onder ligt.

Tekstvak: Onze aardbol is de vierde en laagste van alle gemanifesteerde zeven bollen van onze aardketen. Drie bollen gaan aan haar vooraf op de neergaande of schaduwboog, en drie bollen volgen op haar op de opgaande of lichtende boog van de evolutie. De geheime leer van H.P. Blavatsky en het latere werk Beginselen van de esoterische filosofie bevatten voor de student die belangstelling heeft voor dit aspect van de esoterische filosofie veel stof tot nadenken. (Zie ook opgaande boog.)

Occulte woordentolk, blz. 169-82                                                                                                                           © 2011 Theosophical University Press Agency. Den Haag.

 

Ronde
De leer die betrekking heeft op onze planeetketen, gewoonlijk die van de zeven ronden genoemd, houdt in dat de levenscyclus of levensgolf haar evolutiereis begint op bol A, de eerste van de reeks van zeven (of tien) bollen; dan, na daar haar cyclussen te hebben voltooid, gaat ze omlaag naar bol B, vervolgens naar bol C, en dan naar bol D, onze aarde; dan naar bol E op de opgaande boog (zie aldaar), dan naar bol F en dan naar bol G. Dit zijn de zeven gemanifesteerde bollen van de planeetketen. Dit is één 
planeetronde. Na de planeetronde volgt een planeet- of keten-nirvana, totdat de tweede ronde op dezelfde manier begint, maar in een verder gevorderd stadium van evolutie dan in de eerste ronde.

Een bolronde is één van de zeven rondgangen van een levensgolf in haar planeetronde op één (en dus op en door elk) van de bollen. Wanneer de levensgolf bijvoorbeeld door bol D is gegaan en haar cyclussen op bol D heeft beëindigd, is dat de bolronde van bol D voor die specifieke planeetronde, en eenzelfde beschrijving kan men geven voor het proces op alle andere bollen. Zeven wortelrassen vormen één bolronde. Er zijn dus zeven bolronden (één bolronde voor elk van de zeven bollen) in elke planeetronde.

 

Zeven planeetronden komen overeen met één kalpa of manvantara of dag van Brahma. Wanneer zeven planeetronden zijn voltooid, dat wil zeggen 49 bolronden (of bol-manvantara’s), volgt een nog hoger nirvana dan dat tussen de bollen G en A na elke planeetronde. Dit hogere nirvana valt samen met wat een pralaya van die planeetketen wordt genoemd, en deze pralaya duurt voort totdat de cyclus weer terugkeert om een nieuwe planeetketen te vormen, die dezelfde menigten levende wezens bevat als de voorafgaande keten, en die nu zijn voorbestemd om de nieuwe planeetketen te betreden, maar op een hogere reeks van gebieden of werelden dan in de voorafgaande.

Nadat er zeven van zulke planeetketens met hun verschillende kalpa’s of manvantara ’s zijn gevormd – deze zevenvoudige grote cyclus is één zonnemanvantara – verzinkt het zonnestelsel in de zonne- of kosmische pralaya.

 

Er bestaan buitenronden en binnenronden. Een binnenronde wordt gevormd door de reis van de levensgolf in een planeetketen van bol A tot bol G, en dit gebeurt in een planeetmanvantara zeven keer.

De buitenronde betreft de reis van de hele levensgolf van een planeetketen langs de circulaties in het zonnestelsel, van een van de zeven heilige planeten naar een volgende, en dit zeven (of tien) keer.

Er is nog een ander aspect van de leer over de buitenronden dat hier niet kan worden toegelicht.

Tekstvak: Occulte woordentolk, blz. 179-80     
© 2011 Theosophical University Press Agency. Den Haag.

 

Levensladder


Een term die men in theosofische literatuur vaak aantreft en die kort en bondig de opklimmende graden of stadia van het gemanifesteerde bestaan in het heelal weergeeft. In één opzicht is de term levensladder verwisselbaar met andere uitdrukkingen, zoals de keten van Hermes (zie aldaar) of de gouden keten.

Het heelal bestaat uit belichaamde bewustzijnen, en deze belichaamde bewustzijnen komen voor in een praktisch oneindige verscheidenheid van graden van volmaaktheid – een ware levensladder of levenstrap, die zich in beide richtingen eindeloos uitstrekt, want onze verbeeldingskracht kan zich geen andere dan een hiërarchische begrenzing voorstellen; zo’n hiërarchische begrenzing is slechts van ruimtelijke en niet van werkelijke, kwalitatieve en formele aard. Deze levensladder vertoont bij wijze van spreken op bepaalde afstanden platformen, die door theosofen de verschillende bestaansgebieden worden genoemd – de verschillende sferen van bewustzijn, om de gedachte op een andere manier uit te drukken.

Occulte woordentolk, blz. 179-80.                                                                                                                              © 2011.Theosophical University Press Agency.   

 

Overal zien we beweging om ons heen: in de levens, in de emoties, in de instincten en impulsen van de lagere wezens en dingen, dezelfde krachten die ons eigen hart stimuleren en ons tot handeling aanzetten: liefde, genegenheid, angst, hartstocht, sympathie, herinnering, haat en nog vele andere. En toch, zover het onze moeder aarde betreft, staat de mens boven alles wat lager dan hij staat. Maar als hij in de andere richting

kijkt, is hij zich vagelijk ervan bewust dat er boven hem wezens moeten zijn die veel verhevener zijn dan hij.

 

Tenzij we beweren dat de menselijke soort het hoogste evolutionaire product is dat de natuur in alle vroegere eeuwen kon voortbrengen, zijn we verplicht te erkennen dat er wezens hoger dan de mens bestaan, of we iets over hen weten of niet; en dat als zulke wezens hoger dan de mens niet zouden bestaan, de geleidelijk

opklimmende schaal van wezens lager dan de mens, die als bewijs van de opwaarts gerichte pogingen van de natuur een gestage stijging laat zien, dan een onregelmatigheid zou gaan vertonen. Als we volgen wat de grote wijzen en zieners van alle vroegere eeuwen ons leerden, kunnen we deze schaal in zeven (of tien) stadia

van evolutionaire ontwikkeling verdelen:

 

 

a. Eerste elementalenrijk:

b. Tweede elementalenrijk:

c. Derde elementalenrijk:

 

1. Het mineralenrijk:

2. Het plantenrijk:

 

Etherisch en heel fluïdisch van aard, met betrekkelijk ongemanifesteerde en niet geïndividualiseerde monadische lichaampjes of eenheden, met een gemeenschappelijk levend organisch bestaan.

Scheiding in druppels van bijna afzonderlijke entiteiten die niettemin verenigd bij elkaar worden gehouden

door een en dezelfde levensstroom. Wezens, nog meer afzonderlijk, hoewel nog samengehouden door en functionerend in een gemeenschappelijk levend organisch bestaan.

 

Half geïndividualiseerde lichaampjes of deeltjes, die in organische eenheid functioneren. Eenvoudig één-zijn als

een lichaam.

 

3. Het dierenrijk:

4. Het mensenrijk:

5. De Groten:

6. Half goddelijke wezens of lagere goden:

7. Goden: drang tot individualisatie neemt toe.

 

Beginnend ontstaan van afzonderlijke geïndividualiseerde eenheden.

Ontluiking van de individualiteit. Ontstaan van gemeenschappelijk of algemeen bewustzijn.

Volgroeide individualiteit. Zelfbewust besef van een verenigend algemeen en onderliggend bewustzijn.

Volmaakte individualiteit die zonder te verzwakken opgaat in het algemene onderliggende bewustzijn.

 

Beginnend ontstaan van kosmisch bewustzijn. Het zich bewust gaan beseffen van kosmisch

bewustzijn, zonder verlies van een vervolmaakte onpersoonlijke individualiteit.

 

De tabel is natuurlijk slechts een poging, maar is niettemin zo nauwkeurig mogelijk. Het verstand is vol ontzag als het nadenkt over het bereik van bewuste, halfbewuste en zelfbewuste entiteiten in deze hiërarchie. Het zou werkelijk een onverklaarbare afwijking in de natuur zijn als de mens het hoogst mogelijke stadium van bewustzijn was dat de Kosmos tot nog toe in de eeuwigheid heeft kunnen voortbrengen.

 

We moeten wel gaan beseffen dat het essentiële verschil tussen de mens en de wezens lager dan hij ligt in het zelfbewuste denkvermogen van de mens, dat de bijzondere schakel is die ons met de hogere gebieden en werelden van kosmisch zijn verbindt – de brug waarover het bewustzijn heen en weer gaat tussen materie en

geest. Als we de lagere wezens bestuderen, gaan we inzien dat ook zij een eigen soort denkvermogen hebben, bewustzijnscentra, maar toch niet van bewustzijn van zichzelf zoals de mens dat heeft.

Hier in de mens is de vereniging van een ander en hoger gebied van zijn met dit gebied van zijn. Het intellectuele en het spirituele en psychisch- materiële hebben een vereniging tot stand gebracht, en het

resultaat is – de mens met zeven beginselen. Hemel en aarde hebben elkaar gekust, zoals de Ouden het eigenaardig uitdrukten, en hun nakomelingschap is de mensheid. 

                                                                                            

Tekstvak: De Esoterische Traditie, blz. 533-534.                                                                                                                          
© 2001.Theosophical University Press Agency.

 

 

 

Samengesteld door:

Marian de Keijzer en Jelle Bosma.

april 2018.

 

 

                    

                                   Terug menu.  

 

* * * * * * *

Universele broederschap is de kern van de Theosofische lering.  I  Dhanus 4243